De vallei van de rivier Rhône is grofweg op te delen in twee stukken: het noorden, thuishaven van syrah en viognier, en het zuiden, waar grenache wereldberoemde wijnen levert. Het noordelijke deel van de vallei is beduidend koeler dan het zuiden, maar heeft voldoende zonuren om syrahdruiven tot volledige rijping te laten komen. Die vormen dan ook de basis van alle rode wijnen uit deze subregio: van Côte Rotie in het noorden, tot de heuvel van Hermitage in het zuiden, nabij Valence. Deze wijnen kunnen behoorlijk kostbaar zijn en genieten wereldwijd een grote reputatie. Er zijn echter ook subregio's, zoals Cornas en Saint-Joseph, die meer betaalbare syrahwijnen voortbrengen zonder daarbij aan kwaliteit in te leveren.
Het zuiden van de vallei is het koninkrijk van de grenachedruif: een ras dat bij uitstek geschikt is voor droge, warme gebieden. Door de snelle suikeropbouw die grenache kenmerkt, hebben grenache-gebaseerde wijnen vaak een wat hoger alcoholgehalte. Goed gemaakte wijnen balanceren dit echter met fraaie aroma's van rijp rood en zwart fruit, al dan niet aangevuld met rijpingsaroma's van een opvoeding op eiken vaten. Met Chateauneuf-du-pape als belangrijkste exponent van deze rijke, verleidelijke wijnen, heeft dit deel van Frankrijk historische een grote naam opgebouwd. Niet elke wijn uit dit befaamde dorp maakt de hoge verwachtingen echter waar. Andersom zijn er in omliggende stadjes, zoals Gigondas, Vacqueyras en het recent 'gepromoveerde' Cairanne producenten te vinden die de kwaliteit van middelmatige Chateauneufs ruim ontstijgen. Naast deze 'village'-wijnen, wordt een geweldige hoeveelheid wijn geproduceerd onder de noemer Côtes du Rhône.